Deel deze pagina:

Op maandag 17 juni jl. organiseerde Sport Vlaanderen een ‘Kennisdag Sport en Gender’ in samenwerking met de Vlaamse Ombudsdienst en de diensten van het Vlaams Parlement. Aan de hand van lezingen en keuzesessies kwamen de aanwezigen meer te weten over dit thema. VJF tekende eveneens present.

Sport blijft mannenbastion

Om tien uur werd de aftrap gegeven door Philippe Paquay, Administrateur-Generaal van Sport Vlaanderen, die het thema inleidde met cijfergegevens over man-vrouw verhoudingen in het Vlaamse sportlandschap. Hoe je het ook draait of keert, mannen blijven sport overheersen in kwantiteit. De beschikbare cijfers voor 2017 zijn overduidelijk: 59,72% mannelijke sporters tegenover 40,28% vrouwelijke op een totaal van 1.367.480 sporters. Evenzo inzake de begeleiding van sporters. Zo’n 65.854 trainers en coaches zijn actief in Vlaanderen waarbij de Vlaamse atleten eerder door mannen (67,83%) worden getraind en gecoacht dan door vrouwen (32,17%). Bovendien blijven de besturen van sportclubs voornamelijk nog steeds een mannenbastion. Maar liefst 75,96% tegenover 24,03% op een totaal van 58.645 bestuurders. Als we deze cijfers vertalen naar de judosport dan ziet het eruit als volgt: 19.262 judoka’s (25,56% V vs. 74,44% M) worden getraind door 579 trainers en coaches (17,79% V vs. 81,21%) waarbij de clubs worden beheerd door 726 bestuurders (28,37% V vs. 71,63% M). Hier wordt de verhouding vrouwen-mannen nog scherper afgelijnd. In de onderstaande grafiek een visuele voorstelling van deze percentages.

Gender & Sport

Ombudsvrouw Gender Annelies D’Espallier bracht de conclusies uit haar recente studie over het kruispunt tussen gendergelijkheid en sport(recht), in het bijzonder inzake transgender en intersekse sporters. Geslacht in sport is van oudsher zwart of wit: man of vrouw. In realiteit echter zijn geslacht en gender samen veel complexer. Tussen zwart en wit liggen heel wat grijswaarden. In de studie werd onderzocht op welke manier grijs en zwart-wit toch met elkaar te verzoenen zijn.

Inclusie: 1 + 1 = 3

Om sport eerlijk, spannend en veilig te houden, wordt vaak ingedeeld in twee categorieën: mannen en vrouwen of jongens en meisjes. Dit zwart-wit onderscheid was vroeger een evidentie. Ondertussen is echter doorgedrongen dat deze klassieke indeling op basis van geslacht, hetzij voor een beperkte groep, niet langer past. Immers, de samenleving is gekenmerkt door allerlei kleurschakeringen die niet zijn gedekt in de zwart-witindeling. Geslacht en gender blijken uit veel meer lagen te bestaan dan alleen de biologische, maar ook een laag van identiteit en een laag van expressie. Daarenboven is geslacht door de transgenderwet van 2017 sterk afhankelijk gemaakt van zelfdeterminatie waardoor een persoon relatief eenvoudig van de ene naar de nadere categorie kan overgaan. Enerzijds is er dus die strikte reglementering die mannen en vrouwen scheidt om redenen zoals fairplay en veiligheid, anderzijds zijn er personen die nu net niet in die indeling passen en evengoed moeten kunnen genieten van de voordelen van sport. Zij hebben bijgevolg recht op gelijkheid en het recht om niet te worden gediscrimineerd.

Zoeken naar oplossingen

In het licht van bovenvermelde botsing is het dus zoeken naar oplossingen. Komaf maken met de tweedeling? Verschillende landen hebben zich er reeds tegen gewapend door bijvoorbeeld in de anti-discriminatieregels in te schrijven dat sport altijd in op geslacht gebaseerde categorieën mag worden beoefend. In de loop der jaren zijn er door het IOC richtlijnen aangenomen om ervoor te zorgen dat ook diegenen die niet vanzelf in één van beide categorieën passen, toch hun plaats vinden in sport. Aanvankelijke nog restrictief (o.a. ingrijpende chirurgie voor transgendersporters), maar in 2015 werden die richtlijnen versoepeld. Het IOC vertrekt nu van genderidentiteit en alleen voor transvrouwen gelden nog hormonale vereisten.

Aanbevelingen

Eerlijke competitie blijft een belangrijk gegeven, ook op het breedtesportniveau dat ook vaak een competitie-element kent. In breedtesport wegen de belangen voor eenieder om te sporten nog meer door. Het onderscheid maken tussen breedtesport en topsport is een taak weggelegd voor de federaties vindt de ombudsvrouw. De omvangrijke studie leidde bijgevolg tot 13 aanbevelingen voor federaties om de breedtesport te inspireren bij het uittekenen van hun beleid. Hierna volgen de aanbevelingen.

1.     Hanteer genderidentiteit als criterium;

2.     Vraag geen onnodige medische interventies;

3.     Voer geen onnodige geslachtstesten uit;

4.     Zorg voor een vlotte overgang van categorie op het juiste moment;

5.     Hou de lijn open;

6.     Gebruik gekozen namen;

7.     Gebruik inclusieve taal en duid intenties;

8.     Hou rekening met het recht om vergeten te worden;

9.     Richtlijnen voor kleedkamers, douches, toiletten;

10.  Kledijvoorschriften: flexibiliteit troef;

11.  Zorg voor een omgeving zonder controverse;

12.  Voorzie een gedegen antipestbeleid;

13.  Waarborg de veiligheid.

Ook ICES vzw was aanwezig op deze studiedag. De aanwezigen kregen van Zeno Nols een korte stand van zaken over de lopende analyse met betrekking tot de voornaamste uitdagingen rond gendergelijkheid en heteronormativiteit in de Vlaamse sportsector.

Het ‘ALL IN: towards gender balance in sport’ project van de EU en de Raad Van Europa, en de Task Force Women & Sport van het BOIC kwamen tevens aan bod. 

Na een netwerklunch volgden nog een reeks praktijkvoorbeelden van de Vlaamse Schermbond, Cycling Vlaanderen en Out For The Win alsook een keynote door Agnes Elling. Zij is verbonden aan het Mulier Instituut uit Nederland en is een internationaal gerespecteerd onderzoeker omtrent dit thema. Deze inspirerende voorbeelden gaven voer voor ideeën om bewuster iedereen te includeren hopende dat er zo meer mensen rustig hun sport kunnen uitoefenen.

Interessante lectuur: ‘2019 Gender & Sport: Hink-stap-sprong naar een inclusief beleid’, Annelies D’Espallier, Vlaamse Ombudsdienst

 

Christian Pierre

 

Sponsors

Sponsors